roei.app

Oefenvormen

Beheersing – 3 vol, 3 spoel

Oefen: Drie halen volle kracht gevolgd door drie halen spoelhaal. Bij de drie halen volle kracht wordt vanuit de kracht, ook het tempo mee omhoog genomen. Let op dat het aanrijden voor de eerste haal hard nog steeds rustig gebeurt. Tempo komt uit de wegzet van de voorgaande haal. Bij een snelle wegzet mag er iets harder worden gereden daardoor zijn de roeiers eerder bij de inpik, heeft de boot meer snelheid bij de inpik en wordt er een sneller haal gemaakt: kortom het tempo klimt vanuit de wegzet en haal. De derde haal volle kracht gaat meteen over in een eerste haal spoel. Ook het tempo valt in één keer terug, waardoor de eerste spoelhaal rustig wordt aangereden. De oefening wordt goed uitgevoerd indien het tempo gelijkmatig over de drie halen klimt en de boot gedurende deze drie halen blijft versnellen. Dus bijvoorbeeld: 24 (spoel) gevolgd door 26, 28, 30 (hard) en weer terug naar 24. Deze oefening (kilometers) lang vasthouden.
Doel: Een ploeg bij elkaar krijgen. De roeiers leren om in drie halen op snelheid te komen.
Focus: Let op de versnelling van de boot: deze moet constant en maximaal zijn.
Eerste haal: rustig aanrijden en daarna vol trappen op het voetenbord;
tweede haal: snel & direct wegzetten, zodat het tempo omhoog komt;
derde haal: maximale snelheid en versnelling in de haal; na ¼ bank weer rustig en in balans oprijden.
Variatie: Niet alle ploegen zijn in staat om de boot in drie halen op de maximale snelheid te krijgen. Dan kan worden gekozen voor vier of vijf halen in plaats van drie.


Uitpik - Rugzwaai uitpik oefenen
Beheersing – Afstand in minimaal aantal halen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.