roei.app

Roeifouten

Algemeen – Slifferhaal

Fout: De bladen worden tijdens de uitpik uitgedraaid en tijdens de recover slifferend over het water naar de inpik teruggebracht. Voor de inpik wordt te laat opgedraaid, eventueel gecombineerd met naduiken in de boot.
Oorzaak: Een van de meest voorkomende roeifouten, ontstaat bij het aanleren van het roeien. De roeier voelt zich onzeker in de boot en zoekt steun bij het water. Om deze steun niet te verliezen worden de bladen niet uitgezet maar uitgedraaid of lopen ze uit. Om voldoende ruimte te hebben om te kunnen opdraaien, moeten de bladen van het water afgehaald worden. De roeier doet dit door de boot in te duiken of te vlaggen, zodat de riemen omhoog komen. Aan de basis van deze fout ligt het niet uitzetten maar het uitdraaien of laten uitlopen van het blad.
Gevolg: Opdraaien is niet goed mogelijk, het blad is immers te dicht bij het water. Snelheidsverlies ontstaat door het constant aantikken van het water. Grote balansproblemen ontstaan in een boordboot, wanneer een deel van de bemanning door de slifferhaal niet goed uitzet. En ten slotte is het lastig om met golfslag watervrij te varen. Bij boordroeien is het houden van balans met deze haal nagenoeg onmogelijk. Balans houden door te hendelen gebeurt immers door hoogte van het aanhalen en diepte van het wegzetten te variëren.
Remedie bak/
boot:
Begin met de roeier een uitzet te laten maken waarbij de handen naar beneden worden bewogen (Wegzetdiepte oefenen ). Ook kan met ongedraaid blad worden gevaren, gevolgd door ongedraaid en gedraaid blad om en om (Ongedraaid blad (ongeklipt blad)). In ploegen zonodig tubben (Tubben) wanneer er onvoldoende basisbalans is. Vervolgens de roeier vragen om watervrij te roeien (Aantal halen watervrij). Wanneer de balans echt een struikelblok vormt, de roeier in een boot zetten die hij goed beheerst (C1 of wherry) en grote afstanden met ongedraaid/gedraaid blad (om en om) laten varen. Het moment van opdraaien kan differentieel worden aangepakt: direct na de uitpik draaien, vervolgens steeds later draaien tot vlak voor de inpik, daarna weer langzaam terug naar vlak na de uitpik.
Feed- back: Gevoelsmatig op de ronde uitpik. Visueel op blad bij de uitpik, het blad draait in een halve cirkel om de bladgolf heen. Visueel of auditief tijdens de recover, het blad raakt het water niet meer aan. Visueel of gevoelsmatig: het blad draait vlak na de knieën weer op.
Stuur- stoel:  Het blad wordt er uitgedraaid en sliffert over het water. Vlak voor de inpik komt het van het water af en wordt opgedraaid. 

Algemeen – Ruitenwisserhaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.