RoeiApp.nl

Interveniëren

Interveniëren 

De drie volgende interventie-opties heb je altijd tot je beschikking:

  1. vraag de roeier om het anders te doen, bijvoorbeeld “Kun je ook een stuk roeien zonder het water aan te raken?”;
  2. kies voor het aanbieden van een remedie in de vorm van een oefening en heb een alternatieve oefening achter de hand wanneer de eerste remedie onvoldoende effect sorteert;
  3. ga aan de slag met het 5-staps leerproces.

Interveniëren 5-staps leerproces

Herstellen van bewegingsfouten wordt in principe in de bak (hendelvoering en/of waterwerk) of op de ergometer gedaan. EVoor het aanleren van de goede beweging en het afleren van de fout met het 5-staps leerproces, is het essentieel dat altijd alle vijf de stappen worden doorlopen:

  1. label 
  2. fout
  3. motiveer
  4. goed
  5. feedback

De volgorde van deze stappen is minder belangrijk. Hieronder worden ze toegelicht.


Interveniëren Stap 1 – label (de verbetering)

Geef de fout of verbetering een naam. Dus niet, “Je roeit niet goed”, maar “Je trapt door je bankje”. Of – beter nog – een positief geformuleerd label: “Je rug meenemen”. 


Interveniëren Stap 2 – (ervaar de) fout

Laat de roeier voelen en zien wat er fout gaat. Laat hem de fout voelen, ervaren en overdrijven. Laat de fout daarnaast eventueel zelf in overdreven vorm zien. Gebruik zo nodig bewegingsbegeleiding om de roeier de fout te laten voelen. Het gaat hierbij niet om het uitleggen van de fout aan de roeier, maar om de roeier zich van de fout bewust te maken. (H)erkenning van de fout door de roeier staat hierbij centraal.


Interveniëren Stap 3 – motiveer (de verbetering)

Leg uit waarom wat de roeier doet niet juist is en wat de negatieve gevolgen van deze fout zijn, dan wel waarom de verbetering bijdraagt aan bootsnelheid, roeiplezier of blessurepreventie. Onder het menu roeifouten is de motivatie gegeven achter het kopje “Gevolg”.


Interveniëren Stap 4 – goed (roeien)

Zorg ervoor dat de roeier in staat is om de juiste roeibeweging te maken. Bewegingsbegeleiding – bijvoorbeeld het vastpakken van de hendel, het neerdrukken van de schouders of het tegenhouden van de rug – is een goede manier om de roeier de juiste beweging te laten voelen. Vraag altijd vooraf toestemming om de roeier aan te raken en kondig een aanraking altijd even aan. Bevestig het altijd wanneer de roeier de juiste beweging maakt: “Zo doe je het goed!” Dit is een essentieel onderdeel voor het leerproces. Onder het menu roeifouten is de motivatie gegeven achter het kopje “Remedie”.


Interveniëren Stap 5 – (check de) feedback

Leer de roeier hoe hij zelf feedback kan krijgen op zijn foute/goede roeibeweging. Dit kan visueel (door te kijken), gevoelsmatig (door te voelen) of auditief (door te luisteren). Bijvoorbeeld: dat het roeiritme goed is, kun je horen. Dat het oprijden goed is, kun je voelen. Dat de uitpik goed is, kun je zien aan het blad. Op deze wijze kan de roeier zichzelf controleren, doordat hij weet hoe feedback op de eigen roeibeweging te krijgen. Deze feedback kan zowel gericht zijn op het herkennen van de foute als op het herkennen van de goede roeibeweging, afhankelijk van wat het makkelijkste is.

Stel de roeier de vraag: “Hoe kun je nu zien, horen of voelen dat je het goed doet?”. Wanneer de roeier een bepaalde voorkeur heeft (bijvoorbeeld de fout voelen in plaats van zien), volg dan deze voorkeur. Vooropgesteld natuurlijk dat dit een goede manier is om de feedback te krijgen. Onder het menu roeifouten is aangegeven hoe de roeier feedback kan krijgen achter het kopje “Feedback”.


Wanneer de instructeur een aanwijzing aan de roeier geeft, doet hij dat bij voorkeur met de eerder bij het 5-staps leerproces gebruikte labels. Bijvoorbeeld: “Kees, denk aan het koppelen!” of "Kees, check je uitpik!". De roeier weet nu wat hij fout doet, weet wat hij moet verbeteren en hoe hij zelf feedback op deze fout kan krijgen. Geef altijd positieve feedback wanneer de roeier jouw aanwijzing opvolgt: "Kees, goed!"


Analyseren Analyseren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.