roei.app

Oefenvormen

Haal – Aanhaalhoogte oefenen

Oefen: Vijf halen de hendels ter hoogte van de buik aanhalen, vijf halen de handen ten hoogte van de borst aanhalen, gevolgd door vijf halen ten hoogte van de buik en dan weer vijf halen ter hoogte van de heupen. Dus de aanhaalhoogte variëren: borst, buik, heup, buik, borst, buik etc.
Doel: Goed aanleren om op de juiste hoogte aan te halen, met behulp van differentieel leren (Differentiële aanpak). 
Focus: Aandacht van de roeier op de hendels of handen. Bij scullen kunnen de duimen gebruikt worden om in borst of buik te prikken. Daarbij kan de aanhaalhoogte worden gevoeld. Let daarbij op zowel de juiste hoogte als wel dat de beide duimen op gelijke hoogte in het lijf prikken. 
Transfer: Deze oefening opvolging geven door deze vervolgens te combineren met het aantikken van de dijen bij de uitpik. Hierbij de handen eerst naar beneden drukken en vervolgens pas draaien. De roeier ten slotte vragen om een ronde beweging voor de buik te maken, waarbij het er uit ziet of hij dat al '30 jaar doet', in plaats van dat hij het net geleerd heeft.
Variatie: Gebruik in plaats van vijf halen maar drie halen of zelfs maar één haal.

Haal – Haalvolgorde oefenen
Uitpik – Soppen uitpik

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.